Wekker

De ringtone van mijn telefoon maakt een einde aan het gewoel en gedraai. 10.30 uur; de reminder dat er pillen moeten worden ingenomen. Ik wil niet beginnen aan weer een dag, maar het moet. De hele dag in bed liggen is geen optie. Ik druk het alarm uit en blijft nog even liggen. Met een zucht sta ik op. Zal ik me meteen aankleden? Teveel moeite. Dan maar in pyjama naar beneden.

Nachten zijn waardeloos. Er zijn zoveel dromen. Willen ze iets zeggen? Sommige dromen laten mij zwetend en met een kloppend hart wakker worden. En na zo’n nacht wil ik niet aan mijn dag beginnen. De ochtenden zijn het ergst. ’s Middags gaat het beter en ’s avonds is de stemming over het algemeen redelijk goed.

Ritme

Ik weet, vanuit de boeken, dat ik ritme in mijn leven moet houden. En in dat ritme hoort niet dat ik iedere dag tot 10.30 uur in bed ligt om dan vervolgens ’s avonds zo laat mogelijk te gaan in de hoop dat de dromen vergeten te komen.

In een gesprek met Bob (mijn Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundig hebben we het over deze toch wel lastige dagen. ‘Ik kom om 10.30 uur uit bed en dan wil ik eigenlijk nog niet aan mijn dag beginnen; die moet zo kort mogelijk zijn’ zeg ik. Bob kijkt serieus als hij zegt dat er echt weer ritme in mijn leven moet komen. ‘Wekker zetten om 8.00 uur en eruit gaan!’ Hij is onverbiddelijk. ‘Dan ieder dagdeel zo indelen dat je iets leuks doet en iets wat moet. En als je niks weet dan maak je maar een uitgebreide lunch in plaats van een boterham met kaas.’

Ik zucht nog maar eens. Het klopt wat Bob zegt maar het betekent ook dat de dagen langer gaan worden. Dapper zet ik een alarm in mijn telefoon. Maandag tot en met vrijdag gaat vanaf nu om 7.30 uur de wekker. Op vrijdag voor het eerst. Ik foeter op dit onzalige idee als om 7.30 uur de ringtone afgaat. Er zit wel één voordeel aan. Ik wordt abrupt uit alle dromen gewekt. Langzaam haal ik adem en sta op. Het was maar een droom.

Ochtendritueel

Beneden is het nog stil. Iedereen is nog in bed. Ik zet koffie en denk na. Hoe deed ik dat vorig jaar? Ook vroeg op en dan lekker buiten zitten met een boek of de Bijbel. Ook nu pakt ik de Bijbel en neem één van de psalmen om op te kauwen. Eerlijke liederen over levens vol vragen. Ik zou er zelf wel een kunnen schrijven.

Ik veeg en dweil de vloer en ga dan buiten zitten in de nog frisse ochtendzon. Ik denk nog even na over mijn dromen. Ze zijn zo echt alsof ik naar een film kijk waarin ik zelf meespeel. Ik wil er niet meer aan denken. Het is nu dag en dan verdwijnen de dromen naar de achtergrond. Eigenlijk is het wel heel lekker om zo op tijd op te staan. Ik grinnik in mezelf. De ene dag mopper ik nog op het idee en nu vind ik het prettig.

Die middag maak ik een uitgebreide lunch. Bedankt Bob. Ritme is zo gek nog niet.

Meer informatie:

Heb je last van een depressie of een depressieve episode als deel van een bipolaire stoornis houd dan zoveel als mogelijk een dag/nacht ritme aan. ‘s Morgens opstaan (op een tijd die een werkend mens ook zou doen); je dagen vullen met fijne dingen én dingen die moeten.

Wil je weten hoe ik het eerste half jaar van mijn bipolaire stoornis heb doorgebracht lees dan mijn boek ‘Ik ben er nog (niet)’

Deel dit bericht op:

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in!

Abonneer op onze nieuwsbrief een sluit je aan bij 167 andere abonnees.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten