Mijn rug

Het is één van mijn onderdelen die speciaal is en dus ook speciale zorg verdient. Mijn rug. Als kind kreeg ik te horen dat ik scoliose heb. Intensieve fysiotherapie voorkwam dat ik in een korset moest. Ik vergeet nooit meer de kinderarts die mij waarschuwde op een hele gemene manier. Hij bekeek mijn rug waar weinig verandering in was te zien. Hij gaf mij de schuld; ik zou niet genoeg oefenen. Uit zijn bureaulade hij een map tevoorschijn. Er zaten foto’s in. Foto’s van mensen die met een enorme vergroeiing in hun rug rondliepen. ‘Dat gaat er ook met jou gebeuren als je niet goed genoeg je best doet.’ Het was de laatste keer dat ik bij deze kinderarts kwam.

Lachen is gezond

Als er spanning in mijn lijf is, of ik heb een veel te grote prestatie geleverd is mijn rug de klos. Gegarandeerd ga ik erdoor heen. Ik heb preventief een groot aanvullend pakket genomen waar heel veel fysiotherapie in vergoed wordt.

Er is één ding dat bij alle keren dat ik door mijn rug ging gebeurde. Ik moet zo vreselijk lachen dat omhoog komen er überhaupt niet meer in zit. Het is 1998 en we verhuizen van Ede naar Boskoop. Een grote verhuizing waarbij we het oude vertrouwde opzeggen om in een nieuwe omgeving een draai te vinden. Vrienden helpen ons zo dat we in ieder geval ‘s avonds kunnen slapen. Na een dag hard werken besluit ik nog even naar de supermarkt vlakbij te gaan. Even wat halen voor het avondeten. Ik pak een karretje en loop de paden door. Ik ken deze supermarkt nog niet dus ik sla geen pad over. Ah, daar onderin liggen de afbakbroodjes. Lekker voor morgen.

Ik laat mijn wagentje los, buig me diep voorover en knak… mijn rug! Ik moet vreselijk lachen. Sta ik hier midden in een supermarkt mijn rug weer op gang te helpen. Ik hijs me op aan het karretje en kijk quasi geïnteresseerd naar de prijsbordjes. Rustig ademhalen en voorzichtige stapjes helpen me naar de kassa.

Piet Plezier

We zijn op vakantie en ik heb afschuwelijke pijn in mijn rug. Ik zwem elke dag om het kwijt te raken en geef het te zachte bed de schuld. Het is tijd voor wat leuks. We huren een Piet Plezier waar we met vier personen in kunnen. JW en ik en nog twee kids kruipen in de overdekte wagen. JW en ik trappen en de rest rijdt mee. Het trappen is wel erg belastend voor mijn rug. Dus ruilen we. Eén van de kids neemt het trappen over. Het gaat, uiteraard, steeds gekker. De bochten worden heftiger genomen; we scheuren over het park en ik zit alleen maar gillend van de lach en de pijn voorop de Piet Plezier. .Plezier hebben we zeker. Als we, iets eerder dan voorgenomen door mijn rugpijn, naar huis gaan en ik me meld bij de fysiotherapeut kijkt hij me schuddend met zijn hoofd aan: ‘Wat heb je gedaan?’ Ik lepel het allemaal op. ‘Dit gaat je zeker zes weken kosten’ zegt hij. ‘Als je tenminste doet wat ik zeg.’

Tja, dat laatste… JW is een paar dagen weg en ik wil graag de tafel een beetje opknappen. Met de schuurmachine ga ik over de tafel heen en daarna zet ik hem in de olie. Mijn rug zegt ‘klik’ en daar hang ik weer over de tafel; lachend en niet wetend hoe terug te komen. De fysiotherapeut zegt me glimlachend dat ik weer opnieuw mag gaan tellen vanaf week 1.

Vandaag

Huishoudelijk werk is slecht voor je gestel. Ik weet het zeker. Op een zondagochtend ruim ik de vaatwasser uit. En daar is hij weer: de knak in mijn rug. Ik geef een grinnik en JW hoort het meteen. ‘Je rug?’ ‘Ja, hahahah’ reageer ik. Ik heb geen idee hoe ik ooit nog omhoog zal komen. Lachend en krampachtig de vaatwasser vasthoudend kom ik omhoog. Met kleine stapjes loop ik naar de bank. De pijnstillers worden aangerukt en dit keer ben ik er snel vanaf.

Vanochtend. Ik heb me gedoucht en droog me af terwijl ik een liedje neurie. Het hoekje van de badkamer wordt altijd nat van het douchen. Tegenwoordig leg ik er een handdoek op. Ik pak een schoon gewassen handdoek en gooi hem in de hoek. Niet netjes genoeg, dus nog even recht leggen. En ja, je vermoedt het al, daar is hij weer. De knak. Ik moet lachen terwijl ik gebogen sta, me vasthoudend aan de knop van de douchecabine. Wat nu? Er is niemand boven die mij overeind kan hijsen.

‘Inademen en uitademen’ zeg ik tegen mezelf. Het lukt. Ik kom overeind en voetje voor voetje ga ik naar de trap om een 26-treden-uitdaging aan te gaan. Als ik op de tweede trap ben terwijl ik mezelf krampachtig vast houd komt de oudste de gang in. Met een grote grijns zegt hij: ‘Moet ik alvast iemand bellen? 112 of zo?’ Ik grinnik. Eenmaal beneden slik ik zoveel pijnstillers en spierverslappers als mag.

Pijn

‘Ik ga zo even boodschappen doen’ zeg ik met de tas al in mijn handen.
‘Wat??? Met zo’n rug?’
‘Het gaat al beter, ik heb pijnstillers op.’
‘Ik vraag me af wat jouw psychiater hier van vindt. Jij luistert niet naar de pijn die je voelt.’

Daar heeft hij een punt. Een oud punt in weer een nieuw jasje. Als je niet eigenhandig luistert naar je lichaam, dan laat het lichaam op een andere, meer duidelijke, manier voelen dat hij er is. Misschien moet ik er toch maar weer eens over denken om de relatie van mij en mijn lichaam nieuw leven in te blazen. Lachend uiteraard; maar ook serieus.

Deel dit bericht op:

1 Reactie

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in!

Abonneer op onze nieuwsbrief een sluit je aan bij 160 andere abonnees.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten