Vrouwendag

Maandenlang heb ik er naar uitgekeken, aan gewerkt, me voorbereid… de vrouwendag van onze kerk. Deze dag heb ik een mooie maar ook verantwoordelijke taak. Ik mag spreken en ‘s middags twee workshops verzorgen. Het thema van de dag is: ‘Worden wie ik écht ben’ en ik kan niet wachten om alles wat ik over dit thema ontdekt heb door te geven.

Voorafgaand aan de vrouwendag vergaderen we een aantal keer. Ik houd ervan. Samen nadenken, beslissingen nemen, plannen maken, problemen oplossen, ideeën uitwisselen… ieder van ons heeft zo z’n eigen talenten en met elkaar zijn we een goed draaiend team.

Dresscode

‘Zou het niet leuk zijn als we allemaal hetzelfde jurkje aantrekken? Of allemaal een jurk met bepaalde kleuren?’ Ja leuk, hoewel… ik ben niet zo heel erg van de jurkjes. Ik draag liever iets makkelijks, een wijde broek met een ruim vallend shirt. Dat verdoezelt een beetje mijn overgewicht. Maar voor de vrouwendag wil ik er best een keer wat chiquer uitzien.

De dagen na de vergadering loopt onze groepsapp vol. Niet met regeldingetjes dit keer, maar met foto’s van jurkjes. Roze, geel, gebloemd, allemaal even vrolijk. Ik klik er een paar aan en zoek ze bij de betreffende winkel op. De meesten gaan tot maat 40, een enkeling heeft maat 42 er nog bij zitten. Eén is ‘one size fitts all’. Nou echt, geloof me, misschien zou ik me dankzij de elastische stof nog wel in de jurk kunnen hijsen, en zou hij passen, maar ik denk niet dat je het resultaat dan wilt zien.

Ik neem het heft in eigen handen en ga zelf op zoek naar een vrouwelijke, vrolijke, beetje nette jurk in mijn maat. Ik slaag en de rest van het team past zich aan aan mijn keuze. Ik heb de smaak te pakken en bestel nog een paar jurken. Eén voor m’n verjaardag en nog één voor gewoon tussendoor. Best leuk om er vrouwelijk uit te zien, ook al heb je een maatje meer.

Au

Het is vrijdagavond 6 april. De avond voor de vrouwendag. We zijn om 19.00 uur present samen met een paar sterke mannen die ons komen helpen om alles klaar te zetten. 150 stoelen, statafels, versieringen, het podium, afscheidingen en tafels voor de workshops. Ik sleep ook met wat tafels en stoelen om zo mijn eigen workshopruimte te creëren. Daarna richt ik de boekentafel in en als alles bijna klaar is help ik nog even met het neerleggen van folders en pennen op de stoelen. Twee dames leggen na elkaar een folder neer en ik leg er een pen bovenop.

Bij stoel 135 gaat het mis. Ik laat een pen vallen, wil hem oprapen en dan… AU! Oh nee! Mijn rug! Mijn ene hand pakt de pen, de andere grijpt de stoel beet en heel voorzichtig trek ik mezelf overeind. Niemand mag dit zien. De band met daarin Jan Willem op de basgitaar, staat op het podium te oefenen en ik wil niet dat ze zien dat ik pijn heb.

Uiteindelijk sta ik weer overeind. Mijn pennen zijn bijna op en dat is prettig want dan kan ik even een stukje lopen. Even mijn rug strekken en zorgen dat alles weer op z’n plek schiet. Ik negeer de pijn zo goed mogelijk en maak mijn taak af. Ik haal de sleutels van de auto bij JW op en biecht op dat ik door mijn rug ben gegaan. Ik ga met de jongens naar huis. De auto instappen gaat nog wel, maar eenmaal thuis moet ik er ook weer uit. Dat valt niet mee. Ik heb echt pijn.

Lang leve Tramadol

Als ik op zaterdagochtend wakker word voel ik het meteen. Het is niet over. Het is nog minstens even pijnlijk. Hoe ga ik dit doen vandaag? Pijnstillers en koffie en dan na het ontbijt nog een Tramadol erin. Het duurt voor mijn gevoel een eeuwigheid maar als ik eenmaal in het zalencentrum ben waar de vrouwendag gehouden wordt, zakt het en neemt de adrenaline de overhand. We regelen de laatste dingen, ik krijg mijn headset op, test de presentatie nog even en dan is het 10.00 uur. Een zaal vol met 150 vrouwen. Wow. Wat is dit gaaf.  Ik kijk naar al die unieke, verschillende, mooie, leuke vrouwen en voel geen pijn meer.

Ik beleef een prachtige dag dankzij een heleboel adrenaline en een paar tabletten Tramadol. ‘s Zondags ben ik gesloopt en mijn rug is vreselijk pijnlijk. Maandag ga ik naar mijn werk. Natuurlijk, afspraak is afspraak. Ik merk dat ook mijn been wat gevoelloos wordt. Ik kan er niet onderuit. Ik moet de fysio bellen. Thuisgekomen uit m’n werk zit ik eerst nog 10 minuten met de telefoon in mijn hand. Stel ik me niet aan? Gaat dit niet vanzelf over? Ik bel toch maar. Ik kan meteen de volgende dag terecht.

Gekke rug

Ik probeer zo gewoon mogelijk door te gaan met leven. Als ik op een gegeven moment een rare beweging maak en een pijnlijke kreet slaak zegt JW:
‘Wat doe je?’
‘Oh, ik wil alleen maar even dit oppakken.’
‘Gekkie!’ zegt JW.
‘Gekke rug!’ reageer ik meteen.
‘En dat is dus jouw probleem!’ zucht JW.

Hij heeft gelijk, weet ik, maar ik ben gefrustreerd. Boos. Waarom ligt dat lijf toch altijd dwars? Werk toch ‘s mee!

Ik ga naar de fysio. Hij kent me inmiddels. Vorig jaar een scheur in mijn bovenbeenspier gehad en het jaar daarvoor een tussenwervelschijf die verschoven was. Hij vraagt waar ik voor kom, hoe ik aan de klachten gekomen ben en welke score ik de pijn geef. Een 8. Op je rapport staat een 8 echt heel mooi, maar als pijnscore is ie niet best. Hij laat me wat bewegen, drukt en voelt wat en al snel is het helder. Wederom een verschoven tussenwervelschijf. En mijn hele rug zit muurvast. Ik mag gaan liggen, krijg een behandeling tegen de pijn, wordt in de tape gezet en tenslotte nog gekraakt. Over twee dagen mag ik terug komen.

Opleiding

Op vrijdagochtend stap ik, voorzien van pijnstillers waar ik inmiddels een goede spiegel van heb opgebouwd, in de auto. Op mijn birckenstocks met blote voeten want sokken aantrekken gaat niet echt soepeltjes. Ach, het weer ziet er prachtig uit. Ik heb studieweekend. Onderweg denk ik na over wat ik in het rondje ga vertellen. Het zou niet eerlijk zijn om te zeggen dat het helemaal goed gaat. Mijn werk in mijn praktijk gaat prima, ik geniet van de rouwbegeleidingsgroep die ik mag geven, de vrouwendag was een succes. Dat is allemaal waar. Maar ik ken mijn studiegenoten inmiddels en zij mij. Ze willen een eerlijk verhaal. En dat verhaal is dat ik mijn lijf weer grandioos over de zeik heb geholpen.

Goed, ik ga het vertellen. Ik bedenk wie de trainer is, Roel Bouwkamp. Ik heb hem één keer eerder gehad en… oh shit… opeens weet ik het weer… in dat weekend ging het over ongeveer hetzelfde thema. Ik schaam me nu al en krijg ter plekke een kleur.

Als we het rondje doen en het mijn beurt is biecht ik het maar op. De eeuwige strijd tussen mijn hoofd en mijn lijf. Mijn rug, de frustratie… en ja, ik stel het zelf maar voor: ik wil er wel een inbreng over doen. Mijn naam komt op de flipover te staan. Ik kan er niet meer omheen.

Lege stoel techniek

‘s Middags is er tijd voor een inbreng. Eén van mijn medestudenten is therapeut en we gaan in het midden van de kring zitten. Ik doe nogmaals mijn verhaal van die ochtend en de therapeut zoekt een beetje naar de juiste aanvliegroute. Waarom moet ik toch altijd maar doorgaan, bezig zijn, presteren, goed doen, er voor een ander zijn? Tja, ik weet het wel, met mijn hoofd. Presteren geeft mij bestaansrecht, erkenning. Dan ben ik nuttig, doe ik goed en mag ik er zijn. Roel, de trainer, geeft wat tips. ‘Je kan twee kanten op. Of je gaat in op de behoefte aan erkenning/het bestaansrecht of je gaat je meer focussen op de kloof tussen het hoofd en het lichaam. Daar kan je de lege stoel techniek voor gebruiken.’

Mijn hoofd draait op volle toeren. NIET-DE-LEGE-STOEL-TECHNIEK-PLEASE probeer ik uit te zenden. Ik ken hem en weet dat als we dat gaan doen ik het niet ga redden met mijn redeneringen. Maar ja, de therapeut bepaalt, en zij kiest voor de lege-stoel-techniek. Er komt een extra stoel in de kring en daar ga ik tegenover zitten. Die stoel vertegenwoordigt mijn lichaam. Ik ga alvast stevig zitten in de stoel waar ik nu in zit. De comfortabele stoel die mijn rug extra ondersteunt. Dat is mijn hoofd. Die moet in controle blijven.

Ik moet naar de stoel kijken alsof mijn lichaam daar zit. En dan zeggen wat ik denk. Ik zeg eerst niks want ik voel me ongemakkelijk. Maar dan zeg ik toch een paar niet zo vriendelijke dingen. Hoewel, het is niet echt wat ik denk. Roel helpt en hij geeft wat steviger woorden die inderdaad weergeven wat ik denk. Ik herhaal het.

Dan moet ik in de andere stoel gaan zitten. Ik doe het met tegenzin. Ik heb hier niks mee, ik wil dit niet, ik wil niet voelen wat dat lijf voelt en ik wil me zeker niet vereenzelvigen met dat zwakke, tegenstribbelende lijf van mij. Het is een megagevecht in mezelf. Gelukkig mag ik terug naar de andere stoel. Dat voelt een stuk beter. Ik redeneer er even flink op los, doe best wel lelijk en vraag me af waarom mijn hoofd zich moet aanpassen. Het lijf zou toch ook wat beter z’n best kunnen doen om al mijn mooie plannen te ondersteunen en uit te voeren? Die krijg ik meteen terug van de therapeut. ‘Je lijf heeft meer gedaan dan mogelijk was…’ Zucht. Daar gaan we weer.

Of ik toch weer op de andere stoel wil gaan zitten. De stoel van mijn lichaam. Ik geef me er maar aan over. Ik doe mijn ogen dicht want het zien van alle mensen om me heen leidt me af en houdt me in mijn hoofd. ‘Hoe is het voor jou dat het hoofd je een aansteller noemt?’ hoor ik. De tranen prikken achter mijn ogen. Ik voel de pijn in mijn rug, heb last van mijn arm en ben doodmoe. Ik weet niet zo veel te zeggen maar probeer wat. Roel vult het aan en geeft woorden aan wat mijn lichaam voor boodschap aan mijn hoofd wil geven. Ik huil, praat wat en voel.

Maar dan vind ik het mooi geweest. Kom op zeg Juut! Doe normaal! Wat een vertoning dit. Schaam je! Ik weet niet hoe snel ik weer op de andere stoel moet gaan zitten. Dat voelt een stuk beter.

Zo gaat het een tijdje door. Ik wissel van stoel en heel langzaam ontstaat er iets van compassie voor mijn lichaam. Zie ik wat ik aan het doen ben. Hoe ik mezelf afbreek. En waarom eigenlijk? Om te bewijzen dat ik er mag zijn, dat ik de wereld niet tot last ben.

Oogsttijd

Dan begint Roel weer te praten. Hij vertelt een verhaal over iemand die kind was van NSB-ouders. Hoe zij haar hele leven bezig was om goed te doen, om te herstellen waar haar ouders te kort waren geschoten. En nooit, nooit was het goed genoeg. Roel kan het verhaal niet met droge ogen vertellen. Hij vertelt hoe ze uiteindelijk rond Bevrijdingsdag haar eigen Bevrijdingsdag mocht vieren omdat ze eindelijk kon inzien dat het genoeg was geweest. Dat ze niet meer hoefde te doen, dat het al lang, al lang goed was.

‘En dat geldt ook voor jou. Vandaag mag jouw Bevrijdingsdag zijn. Je hebt meer dan genoeg gedaan voor al die anderen. Je mag nu gaan oogsten.’

Ik laat de woorden op me inwerken. Zou het? Is dat zo? Wanneer is het genoeg? Het onrecht gaat gewoon door. Nog steeds worden kinderen misbruikt. Is het niet mijn taak om kostte wat het kost misbruik te stoppen, op te staan als er onrecht is, te vechten voor mensen die in de problemen zitten?

Worden wie ik écht ben

‘Je hebt meer dan genoeg gedaan…’ Het zijn helende woorden die klinken als een verre echo van de woorden die ik zelf heb gesproken afgelopen zaterdag op de vrouwendag. Worden wie ik écht ben.

Ik ben niet wat ik doe
Ik ben niet mijn uiterlijk
Ik ben niet mijn verleden
Ik ben niet mijn omstandigheden
Ik ben niet mijn gedachten

Ik ben een geliefde dochter van God
Ik ben prachtig gemaakt naar Gods beeld
Ik ben vrij van zonde en schuld
Ik ben waardevol
Ik ben uniek

Ik ga terug naar mijn plaats in de kring, hoor de reacties van de mensen om me heen aan en beleef de rest van de dag. Als ik ‘s avonds in bed lig en alles nog eens overdenk besef ik dat ik mijn lichaam dankbaar mag zijn voor mijn rugpijn. Als ik niet luister naar het gefluister van mijn lijf, dan zal het moeten schreeuwen. En wat is het ergens mooi én nodig dat ik word terug gefloten en dat ik op een andere manier in het leven mag gaan staan.

Ik mag er zijn in plaats van ik mag bezig zijn
Ik ben mijn lichaam in plaats van ik heb een lichaam
Ik ben vrij in plaats van ik moet mijn bestaansrecht verdienen
Ik ben goed genoeg zoals ik ben in plaats van ik moet me bewijzen

Dit gaat consequenties hebben voor de praktische invulling van mijn leven. Maar dat is van later zorg. Voor nu voelt het vooral als bevrijding, als thuiskomen bij mezelf. Thuiskomen bij God die deze woorden allang tot mij gesproken heeft maar die ik soms zo moeilijk kan aanvaarden.

Ik mag worden wie ik ben. En dat is een proces. Dat gaat met vallen en opstaan en dat vraagt om keuzes. Maar dat maakt mij niet uit. Ik voel me vooral bevrijd en heb stiekem al ideeën over hoe ik vanuit die vrijheid mag gaan leven.

Luisteren naar mezelf

Ik maak een goede nacht en als ik vanmorgen opsta voel ik het effect van gister nog wel in alle heftigheid. Mijn ogen zijn nog een beetje dik van het huilen, ik heb spierpijn, mijn rug is nog steeds pijnlijk en ik merk dat ik niet zoveel zin heb in sociaal contact. Ik heb even genoeg aan mezelf.

Nog één studiedag te gaan. We starten de dag met een literatuurbespreking en daarna zal er een live supervisie zijn. Er gaat veel langs me heen en het zitten op de stoel is niet prettig. Eigenlijk wil ik naar huis. Maar ja, dat kan niet. Ik moet nog tot half 5. Of kan het toch wel?

Vlak voor de eerste pauze trek ik de stoute schoenen aan. ‘Ik wil iets voorleggen, nou ja, of misschien wil ik eigenlijk iets meedelen. Ik denk dat het beter is dat ik naar huis ga. Ik bedoel dat als ik mezelf, mijn lichaam, nu serieus neem, ik gewoon naar huis zou moeten gaan.’ Ik stotter het er min of meer uit. Ik ben nog niet uitgesproken of al mijn medestudenten applaudisseren.

Ik kijk met betraande ogen rond. Dit mag dus gewoon! ‘Op één voorwaarde’, zegt Roel. Nu komt het… denk ik meteen… dat wordt inhalen of een extra opdracht. Ik kijk hem vragend aan. ‘Dat je dit vaker gaat doen!’

Ha ha… de spijker op z’n kop! Ik mag dit vasthouden. Er voor blijven gaan. Voor mezelf blijven zorgen en mijn lichaam, want dat ben ik ook, serieus nemen. Ook al betekent dat dat ik mijn medestudenten in de steek laat. ‘Deal!’ zeg ik. En dan is het pauze. Een medestudent raapt mijn spullen van de grond en helpt me met m’n tas. Ik knuffel nog een paar mensen gedag en rijd naar huis. Zonder schuldgevoel, opgelucht en ook wel een beetje trots op mezelf.

Deel dit bericht op:

5 Reacties

  1. Francine

    Ik hou niet van lezen… maar jou bloggen lees ik met plezier. Wat ben jij toch een heerlijke open mens. Ik geniet enorm van wie je ben.

    Antwoord
  2. Betsie

    Ben trots op je Judith😘

    Antwoord
    • beheerder

      Dank je wel Betsie! Werk in uitvoering… stap voor stap vooruit.

      Antwoord
  3. Jeannette

    Wat weer een (h)eerlijke en herkenbare blog

    Antwoord
  4. Tiny

    Zo helemaal jij Juutje…echt..k zie het zo voor me….Gods prachtige dochter…die op z n tijd heerlijk aan Z n voeten mag vertoeven …

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in!

Abonneer op onze nieuwsbrief een sluit je aan bij 168 andere abonnees.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten