Onverwacht

We zitten aan de ronde tafel van de psychiater. JW, ik en de psychiater. Het is een extra bezoek nadat ik hem eerder die dag gebeld heb omdat het niet goed met me gaat. Depressieve gevoelens domineren mijn stemming en het lukt me niet om erbovenuit te komen.

De psychiater kent me inmiddels goed. Al twee jaar kom ik met grote regelmaat bij hem. We hebben met elkaar een zoektocht afgelegd naar het voor mij geschikte medicijn nadat ik doodziek werd door Lithium, het meest voor de hand liggende middel bij een bipolaire stoornis. Behalve het zoeken naar de juiste medicatie hebben we altijd leuke gesprekken, komt de psychiater steeds weer verrassend uit de hoek en ga ik tevreden weer naar huis.

Hij kijkt me peinzend aan terwijl we hardop denken. Waar is het mis gegaan? Waarom is de depressie terug? Er komt niet echt een antwoord. ‘Heeft het met Bob te maken?’ vraagt hij. ‘Bob?’ zeg ik, ‘hoezo? Hij komt over twee weken terug van vakantie.’ ‘Bob heeft een andere baan, wist je dat nog niet?’

Even zit ik doodstil in mijn stoel, dan begin ik weer te huilen en dan komt de boosheid. Bob weg… die zag ik niet aankomen.

En ik dan?

Twee jaar ben ik nu al bij Bob, mijn Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV). Vanaf het eerste gesprek is er een klik. Ik voel me veilig en gezien en voel me vrij om alles te zeggen wat ik wil. Bob luistert, denkt mee, is grappig, nuchter, professioneel, zorgzaam en vooral gewoon mens. De gesprekken met hem zijn steeds een verademing voor mij. Hoe rot ik me ook voel, als ik bij Bob vandaan komt gaat het echt beter.

Bob is in staat om, als ik het leven een 3 geef, mij te laten geloven dat een 3 echt zo slecht nog niet is. Heel soms, als ik echt niet meer kan, bel ik hem. Dan hoort hij mij aan door de telefoon terwijl ik foeter, boos en vooral heel verdrietig ben. Tijdens één van de telefoongesprekken zeg ik wanhopig: ‘Het gaat allemaal zo ongelofelijk langzaam…’ Even is het stil. ‘Nou, die doemgedachten van jou zijn anders razendsnel.’ En dan moet ik toch weer lachen.

Bob heeft me geholpen om, naast de psychiater die voor mijn medicatie zorgt, mijn leven weer op een gezonder spoor te brengen. Hij hielp me om al mijn werkzaamheden neer te leggen, zuchtte soms omdat ik het toch niet durfde en dus veertien dagen later weer kwam met de opmerking dat ik iets écht niet durfde op te zeggen. Elke keer gaf hij het zetje dat ik nodig had.

En nu gaat Bob weg. En ik dan? Mijn depressieve gevoelens zijn in één klap weg. Ik ben woest. Hij laat mij in de steek.

Boos

Het is maar goed dat ik nog een paar weken heb voordat ik hem zie. In gedachten heb ik Bob al talloze keren gefileerd met mijn woorden. Ik snap het gewoon niet. Hoezo weg? Hij krijgt een andere functie binnen de organisatie. Hij is er dus nog wel, maar niet voor mij. Terwijl ik twee jaar lang mijn hele hebben en houwen op zijn tafel heb gegooid, me zo kwetsbaar opgesteld als ik bij bijna niemand durf en me (ik zeg het voorzichtig) gehecht heb aan iemand.

Dan komt toch dat gesprek. Even vrolijk als altijd haalt hij ons op uit de wachtruimte. Ik doe nukkig, beantwoord zijn vraag hoe het gaat met wat gemompel. ‘Je hebt gehoord dat ik een andere baan heb?’ zegt hij. ‘Ja, wat een klotestreek’ zeg ik er direct overheen. En dan is het hek van de dam. Het moet eruit. Ik scheld en laat hem weten hoe boos ik ben over zijn keus. Bob luistert en lacht. Hij lacht me niet uit, maar hij lacht omdat ik zo puur en ongeremd alles eruit gooi.

‘Ach, ik snap het ook wel. Het is gewoon een baan. Maar voor mij voelt het anders.’ Bob knikt begripvol.

Suus

Eén van mijn angsten is hoe het verder moet. Komt er een nieuwe SPV, zo’n net van school afkomend hulpverlener die ik waarschijnlijk alle hoeken van de kamer laat zien als ik het gevoel heb dat ik niet begrepen word? Dat wil ik niet. Echt niet. Dan nog liever zonder hulp. Maar Bob heeft nagedacht. Ik ga hem aan het hart en hij wil het goede voor mij. ‘Je mag naar Suus, dat lijkt mij voor jou het meest prettig.’

Met Suus heb ik al kennisgemaakt. Die eerste zomer, toen Bob op vakantie ging, heeft hij voor mij een afspraak bij Suus geregeld. En in dat ene gesprek heeft ze mij veel geleerd. Het was fijn, ze was doortastend en ook begripvol. Ik voel me opgelucht. ‘Ik haal haar er meteen wel even bij’ zegt Bob. Even later komt hij terug met Suus. Ze gaat erbij zitten en ik begin mijn hele boze riedel weer van voor af aan.

‘Ik geef je helemaal gelijk! Wat dacht je van mij? Raak ik gewoon mijn beste, leukste, collega kwijt! Ik ben ook woest.’ Nu moet ik lachen. Opeens zijn we een bondje en opeens voel ik me niet meer zo alleen. Bob gaat niet weg om mij, hij heeft gewoon een andere uitdaging en een heleboel mensen gaan hem missen. Ik ben blij dat ik naar Suus mag ook al zal het even wennen zijn.

Afscheid

Deze weken werk ik naar een afscheid toe. Soms huil ik omdat ik het gewoon zo moeilijk vind om los te laten. Soms ben ik toch weer boos. Soms twijfel ik aan alle hulp die er is. Maar toch komt er heel voorzichtig rust. Het is niet anders, het waren mooie jaren waar ik goede herinneringen aan heb en die ik nu ga afsluiten. Ik schrijf een brief waarmee ik mijn gedachten op een rij zet en Bob bedank voor wie hij is en geweest is. Ik koop één van mijn favoriete boekjes (Het vertrek van de mier – Toon Tellegen) en zoek het verhaaltje op dat ik hem ga voorlezen tijdens het laatste gesprek.

Vandaag. Hetzelfde als altijd. Bob die ons goedlachs ophaalt uit de wachtruimte. De bekende kamer, de stoelen altijd in hetzelfde rondje, de openingsvraag: ‘Hoe is het?’ waarbij Bob me altijd scherp aankijkt. Ik heb niet zulke goede weken gehad. Wet praten er even over. We vliegen van het ene naar het andere onderwerp en dan komt het toch. Het afscheid. Hoe ik erop terug kijk, vraagt hij me. Ik vertel hoe ik deze twee jaar ervaren heb. De moeilijke maar ook de mooie momenten, de wanhoop soms, maar altijd ook weer het luisterende oor en de kwinkslag.

Ik vraag hoe Bob het ervaren heeft. Ik verbaas me over zijn antwoord. Hij had het spannend gevonden in het begin. Spannend? Ik weet niet wat ik hoor. Spannend omdat ik ook therapeut ben. Maar de spanning was er snel vanaf want hij kon zichzelf zijn, op zijn intuïtie dingen zeggen en doen en merken dat ik daar verder mee kwam. Samen kijken we terug. Wat is er veel gebeurd en wat een goede ontwikkeling is er gekomen.

Bedankt

Ik lees het verhaal voor en overhandig hem het boekje en mijn brief. Hij wil hem meteen lezen. Hier en daar grinnikt hij. ‘Heb ik dat echt gezegd?’ lacht hij als hij weer een uitspraak leest van zichzelf. Ik probeer van zijn gezicht af te lezen wat hij ervan vindt. Hij vindt het vooral fijn, zie ik, een terugblik op wat geweest is en een dank je wel voor alles.

De brief gaat in de envelop, in het boekje. We kijken elkaar aan. Dan komen toch de tranen. Ik ga hem echt missen. Afscheid nemen doet pijn, maar dat is eigenlijk een goed teken zei de psychiater laatst.

‘Afscheid nemen is een beetje sterven; sterven aan dat waarvan men houdt. Men laat een beetje van zichzelf achter in ieder uur en elke plaats.’ (Edmond Haraucourt)

Dat beetje sterven, dat is wat er vandaag is en wat zichtbaar wordt door de tranen. Het is maar even en dan herpak ik me weer. We staan op en schudden handen. Een stevige hand, dat is wat ik onthoud. Een stevige hand die mij twee jaar lang tegenhield om te vallen, of weer op te rapen als ik toch op de grond lag. Een stevige hand die vertrouwen in mij heeft dat ik het kan, dat ik het ook bij Suus goed ga krijgen.

‘Bedankt voor alles!’ zeg ik. ‘Het ga je goed!’ zegt Bob. Daar gaan we, de gang door, naar de uitgang. Afscheid nemen; ik kan het!

Je kunt meer over Bob, Suus en mijn zoektocht door mijn
bipolaire stoornis lezen in mijn boek: Ik ben er nog (niet)

Deel dit bericht op:

2 Reacties

  1. Wanda Simmermans

    Je bent een kanjer Judith. Afscheid nemen doet pijn, ik denk en 🙏 voor je.

    Antwoord
  2. Marjanne

    Zo herkenbaar… niet het boos worden dar een hulpverlener vertrekt, maar wel het verdrietig zijn en het moeilijk vinden om afscheid te nemen van een hulpverlener met wie ik echt een klik heb gehad! Aangezien ik al.hulp heb vanaf mijn 15e jaar en ik nu 57 ben , blijft het iedere keer een heikel punt.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in!

Abonneer op onze nieuwsbrief een sluit je aan bij 167 andere abonnees.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten