Blog

Verlies geef je geen plekje – Over dooddoeners én wat je wel kunt zeggen

31 mei 2020 | Levenskunst, Verlies en rouw | 1 reactie

Een plekje

‘Dus rouwen is het verlies een plekje geven…’ Ik zit in de eerste minuten van een live uitzending van ‘Zorg aan de keukentafel‘. Jos Leijenhorst, directeur van Pro Life verzekeringen introduceert Marije Vermaas en mij en vraagt wat een verlies en wat rouwen is. Ik leg uit dat een verlies iets of iemand is wat je kwijtraakt of iets dat nooit zal komen en dat rouwen het proces is om dat verlies te integreren in je leven. Jos vat het samen in één van de bekendste dooddoeners over rouw.

Eerder deze week heb ik juist over deze uitspraak een app-draadje met Theo, mijn uitgever. ‘Heb je het al een plekje gegeven?’ is een vraag die helaas nog steeds gesteld wordt aan mensen die een dierbare kwijt zijn geraakt. De overledene, die krijgt een plek. Op de begraafplaats, of in een urn of ergens in de natuur. Maar verlies geef je geen plekje… met verlies moet je leren leven. Verlies gaat met je mee, het leven in.

Dooddoeners

Ik ben in mijn kantoor in gesprek met een vrouw die drie weken geleden haar man verloren heeft. ‘En dan krijg ik een appje of ik de draad alweer een beetje kan oppakken.’, vertelt ze. Ik schrik ervan, dat gebeurt dus nog steeds? De draad oppakken? Welke draad? De draad valt niet op te pakken, die is afgesneden. Hij is te kort om er nog iets mee te doen… 

Een plekje geven, de draad oppakken, het zijn dooddoeners die bij ieder verlies om de hoek komen kijken. Bij overlijden, een ernstige ziekte, een ongeval, werkeloosheid, echtscheiding, kinderloosheid, een kind hebben met een beperking of aandoening. Er zijn er nog veel meer. Dingen die je beter niet kunt zeggen. ‘Heb je het al verwerkt?’ is zo’n voorbeeld. Of bij een overlijden: ‘Hij heeft het nu veel beter.’ of ‘Ze heeft een prachtige leeftijd gehaald.’ En wat dacht je van deze: ‘Gelukkig is hem verder lijden bespaard gebleven.’ Maar ook bij een scheiding of verbroken relatie hoor ik dooddoeners langskomen. ‘Ben je opgelucht?’, ‘Dit is toch wat je wilde?’, ‘Geniet je van je vrijheid?’, ‘Je vindt vast snel een nieuwe.’

Ik zie mezelf nog staan. Tussen de keukentafel en de bar, kijkend naar buiten, naar de achtertuin met het vijvertje. Ik bel mijn moeder nadat we uit het ziekenhuis gekomen zijn en de arts het verpletterende nieuws aan ons heeft meegedeeld. ‘De kans dat jullie op een natuurlijke manier zwanger zullen raken is nihil.’ Ik vertel de onwerkelijke boodschap aan mijn moeder. ‘Ach joh, je bent nog jong…’ is haar reactie. De rest van het gesprek is uit mijn geheugen verdwenen.

Recht op verdriet

Dooddoeners ontvoeren het verdriet van de ander. Bekijk de opmerkingen die ik in deze blog noemde nog maar eens. Stuk voor stuk zeggen ze: ‘Niet verdrietig zijn!’. En dat is precies het tegenovergestelde van wat iemand met verlies nodig heeft. Hoewel bijna altijd goedbedoeld, helpen dooddoeners de ander eerder verder de put in dan dat ze troostend zijn. Het past wel bij de naoorlogse mentaliteit: ‘Niet zeuren, doorgaan’. Of ‘het kan altijd erger’. Ergens is dat ook zo. Het kan altijd erger, je kunt altijd wel iemand bedenken die nog meer leed te dragen heeft, die nog langer of ernstiger ziek is of bij wie tegenslag op tegenslag volgt. Soms kan dat ‘leed vergelijken’ je helpen om te relativeren en dat is prima. Zolang je het maar niet doet om het verdriet van de kaart te vegen.

Bij verlies hoort verdriet. Dat mag, daar heb je recht op. Tranen zijn ons niet voor niets gegeven. Je mag verdriet hebben over iemand die je mist. Hoe oud of jong hij ook was. Verdriet omdat een verlangen, een droom niet is uitgekomen. Er mogen tranen zijn als je jouw kind ziet worstelen omdat het door autisme of een andere ontwikkelingsstoornis niet mee kan doen met de rest. Je hebt recht op verdriet als dat kindje waar je naar verlangde nooit geboren wordt. Ja, ook als je al wel kinderen gekregen hebt, maar je zo graag een groot gezin had gehad.

Meeleven

Dood-doeners, raar woord eigenlijk als ik het zo een paar keer opschrijf en erover nadenk. Weet je wat mensen met verlies nodig hebben? Troost, meeleven. Ik schreef er een tijdje geleden een blog over ‘Troost – het hulpmiddel bij rouw’. Mee-leven in plaats van dood-doeners. Maar wat kun je dan zeggen tegen iemand met verlies? Je kunt je onhandig voelen als je bij iemand betrokken bent die in een tijd van rouw zit. Soms weet je niet waar je goed aan doet of waar de ander behoefte aan heeft. Mijn advies is: Neem initiatief en laat weten dat je er voor de ander wilt zijn. Er zijn veel dingen die je kunt doen of zeggen.

  • Breng een maaltijd of vraag iemand te eten
  • Bied aan om de kinderen een middagje onder je hoede te nemen
  • Vraag: Wat kan ik voor je doen? (Vraag niet: Kan ik iets voor je doen?)
  • Stuur een kaartje of een appje en gebruik zinnen als: ‘Hoe is het voor je in deze tijd?’ ‘Wat zal het stil zijn in huis.’ ‘Het lijkt me zo lastig voor je deze dag.’ ‘Vandaag dacht ik aan je, dat wilde ik je even laten weten.’ ‘Het lijkt me fijn om een keer met je te wandelen’ ‘Kom een bakkie bij me doen’.
  • Leef je in in de ander voordat je iets doet of zegt. Vraag je eens af hoe het voor diegene is. Zeg daar iets over.

Benoem het verlies

Ga niet om het verlies en het verdriet van de ander heen. Een paar maanden geleden ging ik op kraambezoek bij Marije. Marije die als geen ander weet wat verlies is. Die de kleine Levi en Ezra die zo welkom waren in hun gezin los moest laten en teruggeven aan de Vader. Kraambezoeken vermijd ik systematisch, maar naar sommige mensen wil ik toch toe.

Daar stond ik, bij de box, met daarin een klein, slapend mannetje. Mijn gedachten gingen alle kanten op. Zo’n kwetsbaar, compleet, prachtig kindje… ‘Dapper dat je gekomen bent Juud.’, klonk de stem van Marije vanuit de keuken waar ze koffie aan het zetten was. En dat was genoeg. Een erkenning van mijn pijn, van mijn onvervulde droom. Marije had zich even ingeleefd in hoe het voor mij moest zijn en gaf daar woorden aan. Dat helpt. Ik genoot van het kraambezoek, van de beschuit met muisjes en van het kleine mannetje dat ik zomaar een poosje in mijn armen had.

Zie én benoem het verlies van de ander. ‘Wat lijkt het me lastig om hier vandaag alleen te zijn’, ‘Fijn dat je er bent’, ‘Vorig jaar kwamen jullie nog samen’, ‘Toen ik dat hoorde dacht ik ook meteen weer aan jou’. Zelfs als een verlies al lang geleden is, sta er bij stil en geef er woorden aan. Want verlies geef je geen plekje. Verlies verweef je in je leven en is altijd bij je.

———————————————————————————————————

  • De uitzending van ‘Zorg aan de keukentafel’ kun je hier terugkijken
  • In het boek ‘Doorleven – leren leven met verlies‘ vind je veel informatie en tips
  • Rouwkost‘ is een kaartenset die je cadeau kunt geven aan iemand met verlies
  • Heb je een steuntje in de rug nodig om te leren leven met jouw verlies? Volg dan een cursus op jouw eigen tempo.
Deel dit bericht op:

1 Reactie

  1. irene

    Een heel erg herkenbaar stuk over gemeenplaatsen waar rouwende mensen niets aan hebben. Mijn moeder is diaken geweest en legde met regelmaat ook rouwbezoeken af. Ze zei altijd dat ze het heel belangrijk vond om “echt” te vragen hoe het met de mensen ging.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in!

Abonneer op onze nieuwsbrief een sluit je aan bij 133 andere abonnees.